Wat is discriminatie?
Stereotypen zijn overdreven beelden van een groep mensen, die niet kloppen met de werkelijkheid. Een stereotype is vaak erg overdreven en versimpeld. Voorbeelden van stereotypen zijn een Nederlander op klompen met een kaas in zijn hand, of een ongeschoren boef in een stripverhaal met een litteken op zijn wang en een gemene blik in zijn ogen.Een vooroordeel is een mening over iemand of over een groep mensen, die niet is gebaseerd op feiten, maar op één kenmerk of op een stereotype. Een vooroordeel is vaak, maar niet altijd, negatief. Voorbeelden zijn: met iemand in een rolstoel kun je geen gesprek voeren, zwarte mensen hebben meer ritmegevoel, vrouwen met kinderen kunnen geen carrière maken.
Discriminatie is het maken van ongeoorloofd of onterecht onderscheid op grond van kenmerken die in een specifieke situatie niet relevant zijn. Anders geformuleerd: discriminatie is het anders behandelen van iemand op grond van kenmerken die er niet toe doen.De wetgeving over gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van de volgende kenmerken: godsdienst, levensovertuiging, politieke overtuiging, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte, leeftijd, arbeidsduur (fulltime en parttime werk) en soort contract (vast of tijdelijk). We noemen dit discriminatiegronden.
Er is verschil tussen directe en indirecte discriminatie. Bij directe discriminatie wordt onderscheid gemaakt op een van de discriminatiegronden, zoals leeftijd, handicap of seksuele geaardheid. Voorbeelden: een lesbisch stel wordt geweigerd op een camping. Er wordt direct onderscheid gemaakt op grond van seksuele geaardheid.
Er is sprake van indirect onderscheid wanneer een eis of werkwijze in eerste instantie neutraal lijkt, maar via een omweg toch leidt tot discriminatie. Een voorbeeld: in een restaurant worden honden niet toegelaten. Hierdoor wordt indirect onderscheid gemaakt op grond van handicap: mensen met een blindengeleidehond mogen niet binnen.
Direct onderscheid is verboden, tenzij de wet zelf een uitzondering maakt. Indirect onderscheid is alleen toegestaan als er een goede reden (objectieve rechtvaardigingsgrond) voor is.
